Indiceren in de kraamzorg - De KLIM

Op dit moment is de Kraamzorg Landelijke Indicatie Methodiek nog in ontwikkeling.

Met de Kraamzorg Landelijke Indicatie Methodiek (KLIM) zal de kraamverzorgende nog meer in haar kracht worden gezet als zorgprofessional. De kraamverzorgende of de intaker deelt de cliënt in een zorgpakket in. Ze bepaalt deze pakketindeling op basis van objectieve criteria die zij registreert of signaleert vanuit haar professie. De KLIM zorgt er ook voor dat de cliënt meer betrokken wordt bij haar eigen zorgindicatie. Tijdens de intake en ook tijdens de kraamperiode wordt met behulp van de GIZ gestructureerd het gesprek met de cliënt aangegaan om haar zorgbehoefte goed in beeld te krijgen. Hier kan de zorg vervolgens op worden afgestemd: Zorg op Maat.

De KLIM zal gaan bestaan uit twee hoofdonderdelen: Inhoud op maat & Zorg op maat. Inhoud op maat wordt bereikt door het goed in kaart brengen van de zorgbehoefte van de cliënt met behulp van de GIZ (Gezamenlijk Inschatten van de Zorgbehoefte). Vervolgens stelt de kraamverzorgende samen met de cliënt bij haar zorgbehoefte passende zorgdoelen op met bijbehorende acties om deze doelen te behalen. De zorgpakketten zoals onderzocht in de KoM studie bepalen de omvang op maat.

De GIZ

Om de zorgbehoefte goed in kaart te brengen maakt de kraamzorg gebruik van de GIZ tijdens de intake en de kraamperiode. Met de GIZ kan de inhoud van de zorg meer op maat geleverd worden. Ook geeft de GIZ methodiek de client meer ruimte om mee te beslissen over haar te zorg.

Tijdens de intake bespreekt de intaker/kraamzorgconsulent de zorgbehoefte van de cliënt aan de hand van de GIZ-methodiek. De GIZ is een gespreksmethodiek waarmee de kraamverzorgende of de intaker/kraamzorgconsulent samen met ouders de krachten en zorgbehoeften in kaart brengt om samen te beslissen over passende ondersteuning. Om dit gesprek goed te voeren gebruikt de professional twee overzichtelijke schema’s: Het Common Assessment Framework (CAF-driehoek) en de Gezonde Ontwikkeling Matrix (GOM-matrix). De CAF-driehoek belicht verschillende factoren die betrekking hebben op de ontwikkeling van het kind, de opvoedcapaciteiten van de ouders en de gezins- en omgevingsfactoren die van invloed zijn op een gezonde en veilige ontwikkeling van het kind. Wanneer de globale zorgbehoefte duidelijk is, wordt hier dieper op in gegaan. Hiervoor gebruikt de intaker/kraamzorgconsulent de GOM-matrix. In de GOM-matrix kan de cliënt aangeven hoe groot haar zorgen en/of risico’s zijn.

Bij de start van de zorg bespreekt de kraamverzorgende of er veranderingen zijn in de actuele situatie. Hierbij wordt de GOM-matrix gebruikt en ingevuld. Tijdens de kraamweek vindt daarnaast een groot evaluatiemoment plaats. Hierbij inventariseert de kraamverzorgende of de zorgbehoefte van de cliënt gelijk is gebleven of is veranderd. Hierbij maakt zij opnieuw gebruik van de GOM-matrix.

Meer informatie over het TNO-onderzoek naar de GIZ in de kraamzorg leest u hier.

De zorgpakketten

De zorgpakketten zijn ontwikkeld en onderzocht binnen de LIP 3.0 studie en het Kraamzorg op Maat (KoM) onderzoek. KoM heeft als uitgangspositie goede (gezondheid)uitkomsten voor alle cliënten. De zorgbehoefte van het gezin staat voorop. De inzet van kraamzorg wordt bepaald op basis van objectieve criteria. Hierbij vindt een herverdeling van uren plaats van gezonde cliënten naar cliënten die meer zorg nodig hebben op het gebied van medisch, sociaal of psychisch welbevinden. Cliënten die deelnamen aan de KoM studie werden op basis van objectieve criteria prospectief geïndiceerd in een van de 13 zorgpakketten. Elk zorgpakket heeft een aantal uren gebaseerd op de zorgbehoefte.

Tijdens de intake deelt de intaker de cliënt in een voorlopig zorgpakket in. Dit gebeurt op basis van de medische en psychosociale voorgeschiedenis van de cliënt. Deze gegevens kunnen bij de cliënt zelf worden uitgevraagd, bijvoorbeeld met de GIZ, of reeds zijn overgedragen door een andere zorgprofessional, zoals de verloskundig zorgverlener. Indien de cliënt één of meerdere kenmerken uit een pakket heeft valt ze in dat pakket. Heeft ze kenmerken uit meerdere pakketten dan is er sprake van een combinatiepakket. Indien de kraamverzorgende tijdens de zorg een van de kenmerken uit een ander pakket signaleert, dan kan tijdens de zorg gewisseld worden van pakket.

Meer informatie over het KoM-onderzoek naar de zorgpakketten leest u hier.

De zorgdoelen

Samen met de cliënt vertaalt de zorgverlener de zorgbehoefte in concrete zorgdoelen. Deze cliënt-specifieke zorgdoelen moeten passen binnen de doelstellingen (KdK) van de kraamzorg. Zorgen en/of risico’s die niet binnen de doelen van kraamzorg vallen worden overgedragen aan andere zorgprofessionals. Samen met de cliënt formuleert de kraamverzorgende passende acties om de samen opgestelde doelen te behalen. Gedurende de kraamperiode evalueert de kraamverzorgende regelmatig met de cliënt of er voldoende voortgang is op de doelen en of er andere, beter passende, acties ondernomen moeten worden. Als gedurende de zorg blijkt dat de zorgdoelen niet behaald kunnen worden, dan kan dit reden zijn om bij te indiceren. Dit gebeurt altijd op basis van activiteiten die de kraamverzorgende nog moet uitvoeren om het zorgdoel te behalen.