Inzet leerlingen en oud-kraamverzorgenden

Op deze pagina vindt u informatie over het (zelfstandig) inzetten van leerling-kraamverzorgenden en gezinnen tijdens Covid-19 en de tijdelijke regeling m.b.t. de partusassistentie. Deze pagina geeft u ook informatie over de inzet van oud- en niet-geregistreerde kraamverzorgenden.

Zelfstandig inzetten van leerlingen in gezinnen in laatste fase opleiding

Deze regeling is per 1 april 2022 afgelopen.  

Kraamverzorgenden in opleiding kunnen ingezet worden wanneer de continuïteit van het leveren van zorg nijpender wordt. Kraamverzorgenden in de laatste fase van de opleiding komen hier voor in aanmerking. Dit geldt zowel voor leerlingen die de branche-erkende opleiding volgen als voor leerlingen die de opleiding Verzorgende -IG met brancheverbijzondering kraamzorg via een ROC volgen.

Hierbij gelden de volgende kaders:

  • Zelfstandige inzet van leerlingen kan alleen in de laatste fase van het opleidingstraject.
  • Voor branche-erkende opleidingen betreft dit in de regel ca. twee tot drie maanden voor diplomering.
  • Voor de Verzorgende IG in opleiding betreft dit de fase waarin de leerling in ieder geval de theorie voor een groot deel heeft afgesloten en een aanzienlijk deel van de BPV periode heeft doorlopen.
  • In dit kader geldt voor beide categorieën dat de leerlingen in ieder geval 8 volledige gezinnen moeten hebben gedraaid van ten minste 340 uur totaal en minimaal de theorie Pathologie moeten hebben afgerond.
  • Voor beide categorieën geldt eveneens dat de leerling bij voorkeur een geldig  EHBO-certificaat heeft maar minimaal de E-learning EHBO van het Rode Kruis heeft doorlopen.
  • In alle gevallen heeft de praktijkopleider voor de inzet een gesprek met de leerling waarbij wordt vastgesteld dat de leerling enerzijds door de praktijkopleider bekwaam genoeg wordt bevonden en anderzijds zichzelf bekwaam genoeg acht voor het zelfstandig uitvoeren van kraamzorg. Van dit gesprek en de uitkomst wordt verslag gelegd in het dossier van de betreffende leerling.
  • U als werkgever maakt een gedegen afweging bij welke cliënten deze leerling ingezet wordt, bij voorkeur alleen bij laag-complexe gezinnen
  • De praktijkopleider draagt zorg voor voldoende begeleiding op afstand en vergewist zich regelmatig van het juiste verloop van de zorg
  • U draagt zorg dat de betreffende leerling voldoende op de hoogte is van de actuele KCKZ protocollen en alle maatregelen en instructies die in het kader van het Corona virus hierop aanvullend zijn gemaakt
  • U informeert zo nodig andere betrokkenen bij het zorgproces over de inzet van de leerling

Reguliere inzet van leerlingen in gezinnen

Op 6 mei is per directiemail een document verstuurd met nadere kaders over de inzet van leerlingen bij de partusassistentie en in de kraamzorgweek met inachtneming van de RIVM-richtlijnen en afspraken binnen de Geboortezorg. Deze kaders gelden als aanvulling op de basis uitgangspunten rond de (zelfstandige) inzet van leerlingen en niet geregistreerde kraamverzorgenden gedurende Covid-19. Voor kraamverzorgenden in opleiding die nog niet zo ver in de opleiding zijn dat ze zelfstandig kunnen werken geldt dat ze waar mogelijk de kans moeten hebben om het benodigde aantal BPV-uren te behalen. Als kraamzorgorganisatie dient u zelf een zeer zorgvuldige afweging te maken per situatie of het verantwoord is om een leerling met de kraamverzorgende mee te laten gaan naar het kraamgezin.

Daarin neemt u naast bestaande afspraken mee:

  • De kans op besmetting in die specifieke situatie, dus zijn er klachten bij de leerling, kraamverzorgende en/of het gezin;
  • én hoeveel BPV-uren nog nodig zijn voor de leerling om de opleiding conform de planning af te kunnen ronden.
  • Welke afspraken hierover in regionaal KSV/VSV verband zijn gemaakt.
  • Uiteraard informeert u zo nodig andere betrokkenen bij het zorgproces over de inzet van de leerling

Het is in deze tijd van Covid-19 van belang dat u zoveel mogelijk zorgt voor de continuïteit van zorg op de korte én lange termijn. De capaciteit van gediplomeerde leerlingen is bij veel organisaties meegenomen in de planning

Tijdelijke Covid-19 regeling partusassistentie leerling kraamverzorgende

Deze regeling is per 1 april 2022 afgelopen.   

In het leer-& begeleidingsplan is de norm dat een kraamverzorgende in opleiding minstens vijf partusassistenties (PA) fysiek heeft bijgewoond. Daarnaast moet de proeve van bekwaamheid behaald zijn om te kunnen diplomeren. Het voldoen aan vijf of meer PA is altijd lastig geweest en Covid-19 heeft dit verder bemoeilijkt. Daarom komt Bo, in overeenstemming met het CZO, met een tijdelijke regeling in afwijking van het leer & begeleidingsplan behorend bij de CZO opleidingseisen. Hierdoor kunnen leerlingen toch diplomeren en zich laten inschrijven bij het KCKZ. U vindt de regeling hier.

Uitgangspunt inzet van niet geregistreerde kraamverzorgenden

Deze regeling is per 1 april 2022 afgelopen.  

U kunt in het kader van Covid-19 kraamverzorgenden die niet geregistreerd staan of hebben gestaan bij het KCKZ inzetten als kraamverzorgende voor de postnatale kraamzorg. Let wel het verlenen van partusassistentie is hiervan uitgesloten.

Het gaat om de volgende kraamverzorgenden:

  • Kraamverzorgenden die vanaf de start van de registratie in 2013 ooit een geldige registratie hebben gehad maar deze om wat voor reden dan ook hebben laten verlopen
  • Kraamverzorgenden die een aantoonbaar diploma kraamverzorgende hebben en/of aantoonbaar werkzaam zijn geweest als kraamverzorgende

Hierbij gelden de volgende kaders:

  • Als werkgever vergewist u zich ervan dat de betreffende kraamverzorgende bekwaam genoeg is om zelfstandig de zorg te verlenen, zo nodig  en indien mogelijk voorziet u in een kort meelooptraject.
  • Als werkgever zorg u voor voldoende begeleiding op afstand en vergewist u zich regelmatig van het juiste verloop van de zorg
  • U draagt zorg dat de betreffende kraamverzorgende voldoende op de hoogte is van de actuele KCKZ protocollen en alle maatregelen en instructies die in het kader van het Corona virus aanvullend hierop zijn gemaakt
  • Bij voorkeur zijn de betreffende kraamverzorgenden in het bezit van een geldig EHBO certificaat maar hebben minimaal de E-learning EHBO van het Rode Kruis doorlopen.
  • U maakt een gedegen afweging bij welke cliënten u deze kraamverzorgenden kunt inzetten, bij voorkeur alleen bij laag-complexe gezinnen
  • U informeert zo nodig andere betrokkenen bij het zorgproces over de inzet van deze kraamverzorgende
  • U houdt bij aanstelling van deze kraamverzorgenden rekening met de tijdelijkheid van deze afspraak

Inzet tijdelijke coronabanen

Coronabanen zijn banen waar geen of beperkte scholing voor nodig is, maar die wel belangrijke verlichting kunnen bieden in de werkdruk. Deze gesubsidieerde banen zijn bedoeld voor de tijdelijke, extra inzet van ondersteunend personeel. Hierbij kunt u denken aan ondersteunend kantoor medewerker of zorg-assistent/zorgbuddy. Er twee type coronabanen die kunnen worden aangeboden:

  • Coronabaan algemeen waar een werkgever mensen tijdelijk in dienst kan nemen ter ondersteuning van vaste medewerker.
  • Coronabaan met opleiding waar de werkgever moet zorgen dat de mensen worden aangemeld voor een opleiding. Een optie hiervoor is om via de Nationale Zorgklas BBL-deelcertificaten in een aantal maanden te behalen. Dit is vanaf medio januari mogelijk en gaat om de leereenheden Individuele Basiszorg (mbo niveau 2) of Individuele Zorg (mbo niveau 3).

Voor beide soorten coronabanen geldt dat u gebruik kunt maken van het aanbod van kandidaten van Extra Handen voor de Zorg. Ook kunt u zelf kandidaten werven en inzetten op een gesubsidieerde coronabaan.

Meer informatie vindt u in dit nieuwsbericht.